Opties hebben 3 verschillende functies:
*koerswinst maken
*bescherming van de portefeuille
*extra inkomen genereren

Beschermen van de portefeuille

Bijvoorbeeld, u bezit 100 aandelen Koninklijke Olie gekocht voor € 60 per stuk. De koers is verder opgelopen naar € 67. U weet niet zeker of de koers nog verder zal stijgen. Wat kunt u dan doen? Wel, u kunt een putoptie kopen met als uitoefenprijs € 67. Wanneer de koers daalt dan stijgt de put! Deze winst compenseert dan de waardevermindering van het aandeel.

En in het geval de koers verder was gestegen i.p.v. gedaald dan zou de putoptie navenant zijn gedaald met als risico een negatieve opbrengst. Natuurlijk had u deze put weer tussentijds kunnen verkopen om het verlies te beperken. Maar tegelijkertijd zou u dan weer winst met uw aandelen hebben gehad. Het verlies in dit geval wordt wel aangeduid als een verzekeringspremie. U bezat immers een goede verzekering tegen een waardedaling van uw aandelen, terwijl de weg naar een verdere koersstijging geheel open blijft. Zeker wanneer u financieel niet zoveel risico kan nemen en niet wil dat je bij een bank gaat direct lenen, is het goed om te kijken wat de beste opties zijn.

Onderscheid Amerikaanse en Europese stijl opties

Indien de mogelijkheid bestaat gedurende de looptijd gebruik te maken van het recht tot uitoefening, dat uit de optie voortvloeit, dan is er sprake van een optie Amerikaanse stijl. Er bestaan echter ook opties die uitsluitend op de afloopdatum kunnen worden uitgeoefend. Dit is bijvoorbeeld het geval bij indices en valuta’s. Dan spreken we van opties Europese stijl. Maar door bijv. valutaoptie opdrachten te laten uitvoeren in Amerika kan wel de Amerikaanse ‘usance’ worden gehanteerd

Onderscheid ‘long’ en ‘short’

De positie die ontstaat door het kopen van een call- of putoptie duidt men vaak aan met de Engelse term: ‘long call’ of ‘long put’, maar is dus niet meer dan een gewone call of put. Voor het schrijven van een call- of putoptie wordt vaak de Engelse term ‘short call’ of ‘short put’ gehanteerd.

Verder dient u te weten, dat er met name in Nederland ook nog een onderscheid wordt gemaakt tussen ‘korte’ en ‘lange’ opties. Dit onderscheid heeft dan te maken met de lengte van de looptijd. Zo spreken wij van korte opties met een looptijd van korter dan een jaar en lange opties met een looptijd van langer dan een jaar doch nooit langer dan 5 jaar. Deze laatste categorie vindt men uitsluitend onder die fondsen met de grootste marktkapitalisatie (Olies, Unilever, AKZO, Philips, Aegon, ING, ABN/AMRO etc., waarvan je normaal gesproken mag uitgaan dat deze bedrijven ‘nog wat langer meegaan’).